Hoe gaat het met Marit?
Op deze pagina het verhaal van Marit Mulder (1992) uit ‘s-Hertogenbosch.
Lieve allemaal,
Natuurlijk wil ik zelf ook een pagina schrijven op deze website, zodat u en jullie begrijpen waarom deze sensor voor mij van levensbelang is.
Voordat ik mijn eigen verhaal vertel, kan ik alvast vertellen dat ik vanaf 30 augustus 2010 de glucosesensor gebruik! Hier ben ik heel erg blij mee, omdat ik nu in mijn derde jaar van mijn opleiding weer een lange stage met onregelmatige diensten heb. De sensor is nu heel erg fijn ...
Eerste glucosesensor! Marit vertelt:
Wat een geweldig nieuws om te kunnen vertellen dat ik gestart ben met de sensor! Op 30 augustus was het eindelijk zover. Een doos met 10 sensoren werd bezorgd. Er zat een grote ‘koeldoos’ om heen. De sensoren moeten ook in de koelkast bewaard worden, anders werken ze niet goed. Op 30 augustus is een dame van Medtronic alles uit komen leggen. Ik heb zelf de eerste sensor meteen geprikt. Met een soort schietapparaatje … ’t was even slikken, want de inbrengnaald is aardig dik en dat ‘plopt’ dan zo door je huid heen Maar ja, alles voor het goede doel!
Nadat ik de sensor geprikt heb, moet die een kwartiertje acclimatiseren … Na dat kwartiertje kan ik de zender (een soort champignon) erop aansluiten. Er verschijnt dan een knipperend lampje, dat is het oké-seintje. Deze zender moet vantevoren opgeladen zijn (moet ik dus wel aan denken). Na het aansluiten, volgt wat gegoochel met speciale pleisters om alles vast te plakken op mijn buik. Als dat klaar is, moet ik 2 uur mijn glucose zo stabiel mogelijk houden. Dus even niets eten.
Na 2 uur begint mijn pomp (die ‘praat’ met de sensor via alarmen – geluid of trillen - en pijltjes) te piepen. Dat is het moment om de sensor te ijken: een glucose prikken in mijn vinger en doorsturen naar de pomp (met de glucosemeter van Bayer die ik heb, kan dit allemaal).
Als het goed is, werkt de sensor dan goed. Het ijken moet 3-4x per dag, liefst op vaste tijden. Dat lukt wel. Ook het bladeren in de menu’s van de pomp gaat al best goed. De eerste weken heeft de sensor regelmatig gealarmeerd. Vooral bij een lage glucose werkt het erg goed en heeft zo voorkomen dat ik meermalen een forse hypo kreeg!
Met de alarmen voor de ‘hypers’ ben ik nog aan het bijleren. Maar al doende leer ik, toch? Gelukkig werken de sensoren gemiddeld 5 dagen. Dan moet er een nieuwe in. En daar moet ik dus wel even de tijd voor nemen. Eén keertje prikte ik in een bloedvaatje en daar raakt de sensor van in de war. Maar ik ben er geweldig blij mee, voel me ook rustiger nu ik weet dat de sensor mee ‘oplet’!
Op de pomp kan ik ook grafieken zien en via de PC uitlezen. Gelukkig is de nieuwe sensor wat kleiner dan de ‘proefsensor’ van vorig jaar december. Ik voel me iets minder de bionic woman …
Verder ben ik druk met mijn stage op de Binckhorst, instelling voor mensen met een verstandelijke beperking. Heel anders dan in “de Taling”, maar leuk om te ervaren en activiteiten met bewoners te ondernemen. Ik wil zo graag dat diploma halen; hierdoor komt het weer een stukje dichterbij!
Gisteren ben ik voor ’t eerst bij de internist geweest. Even wennen aan elkaar, maar dat zal vast ook lukken. De kinderarts is voor mij verleden tijd, want ik ben inmiddels 18!
Ondertussen zijn mijn ouders aardig druk met Sugarfriends. Ik hoop en wens dat er straks meer kinderen en jongeren ‘aan de sensor’ kunnen en een betere kwaliteit van leven kunnen geven!
Als u/jij dit leest, vertel het verhaal dan verder!
Mijn eigen verhaal over mijn diabetes
Ik kreeg in de zomer van 2000 plotseling diabetes. Ik voelde me erg naar en ziek. Van de diagnose snapte ik toen eigenlijk alleen de hoofdlijnen:
|
§
|
ik heb altijd insuline nodig via de insulinepomp;
|
|
§
|
elke dag / nacht moet ik glucoses prikken;
|
|
§
|
ik moet van alles wat ik eet, de hoeveelheid koolhydraten weten, uitrekenen en hoeveel insuline ik daarvoor nodig heb.
|
Ik ben begonnen met insuline te spuiten m.b.v. een insulinepen. Een aantal jaren is het daarmee goed gegaan. Wel moest ik altijd erg op tijd meten / eten en altijd ook ’s-morgens prikken, dus nooit uitslapen.
Van te voren bedenken wat ik die dag zou gaan doen.
Actieve dag -> minder insuline.
Gewone dag -> meer insuline.
Zomaar ergens naar toe, later eten, logeren, onverwacht gaan zwemmen was best lastig. Mijn tas met koekjes / meter / sap en Glucagen sleep ik overal mee naar toe. Veel mensen snapten ook niet goed hoe het nu zit. Gelukkig waren mijn ouders altijd bereikbaar. Zij kwamen bijvoorbeeld na de gym op school een glucose prikken in de eerste jaren.
Op de middelbare school werd het wat lastiger om de glucoses goed te houden. Ik kreeg in 2006 een insulinepomp om daarmee hopelijk minder te ontregelen. Helaas werd het in 2008 nog ingewikkelder. Ik moest heel veel meten en de pomp vaak bijstellen. Ondertussen heb ik mijn middelbare school afgemaakt en ben in 2008 gestart met de opleiding tot verpleegkundige aan het Koning Willem I College te ´s-Hertogenbosch.
In 2009 raakte ik een aantal malen langdurig buiten bewustzijn en belandde in het ziekenhuis. Ziek, misselijk, aan het infuus en om het uur glucoses prikken. De weken daarna bijkomen van de schrik en proberen de glucoses weer beter te krijgen. Maar dat is vreselijk lastig. Regelmatig schieten ze, ook nu nog steeds, door naar erg hoge waarden waar ik dan ook weer ziek van word. De insuline in de pomp staat bijna ieder uur anders gedoseerd en voor iedere dag (lesdag / werkdag / late dienst / vroege dienst / vrije dag) is er een ander patroon. Dat betekent altijd nadenken en rekenen … Zo kon ik een aantal weken niet werken op mijn stageadres.
Gelukkig gebruik ik nu de glucosesensor en merk ik dat het mij helpt om zo mijn ideaal in mijn opleiding en werk in de zorg waar te maken: “we zijn op de wereld om elkaar te helpen”.
Gelukkig is er stichting Sugarfriends. Daar word ik een beetje verlegen van, maar ook ik wil graag verder met mijn leven!
Ik hoop dat jullie stichting Sugarfriends willen blijven steunen, want geld moet rollen, toch … ?
Liefs Marit
Een link naar mijn eigen Hyves-pagina van de stichting vind je hier.